Een rijke historie

Friesland kent 11 steden welke allemaal een rijke historie hebben en de stadsrechten ooit hebben verworven. Uiteraard doet de Porsche Elftedentocht al deze steden aan en zal geprobeerd worden om de deelnemers ook met de sfeer en cultuur van de elf steden kennis te laten maken.

De 12e en zelfs 13e Friese stad...

Uitgebreid archief onderzoek door Joost Cox heeft in 2005 aangetoond dat er mogelijk meer dan 11 steden zijn geweest.
Berlikum heeft zichzelf rond 1355 ooit zelf stadsrechten toegeschreven en werd door het Duitse Lübeck ook stad genoemd. In die tijd lag Berlikum in de toen nog bestaande Middelzee en met het dichtslippen van dit open water naar zee verloor Berlikum ook zijn handelspositie en stedelijke kenmerken.
Dat Berlikum zichzelf stadsrechten zou hebben toegekend op basis van de stedelijke kenmerken en daarom stad kan worden genoemd is omstreden. Wel zeker is dat het huidige Groningse Appingedam, dat in 1327 stadrechten kreeg, eigenlijk wel een Friese stad is. Althans geweest, want in die tijd behoorde Appingedam nog tot de provincie Friesland.
Een andere leuke wetenswaardigheid is dat de Stavoren als eerste Nederlandse plaats rond 1068 zijn stadsrechten heeft gekregen.

De 11 Friese steden

Klik op de steden voor uitgebreide informatie over de betreffende stad.

LEEUWARDEN (LJOUWERT)

Al voor het jaar duizend woonden er mensen in het gebied dat we nu als Leeuwarden kennen. Toen al was het een belangrijk handelscentrum van waaruit handelsactiviteiten tot ver in het huidige Rusland werden ontplooid.
In de 13e eeuw slibde de Middelzee dicht waarna in 1435 de drie terpdorpen Oldehove, Nijehove en Hoek werden samengevoegd. Nog datzelfde jaar verwierf Leeuwarden de stadsrechten en in 1498 werd Leeuwarden tot hoofdstad van Friesland uitgeroepen.
Ook in de 16e eeuw ontwikkelde de stad zich tot een handelsbolwerk. Tussen de jaren 1584 en 1747 zetelden de Friese Stadhouders in Leeuwarden. Deze rijke historie is terug te vinden in de diverse historische gebouwen die de stad nog kent zoals de Kanselarij, De Waag en de nooit afgebouwde kerktoren aan het Oldehove
Tegenwoordig vormt omgeving van het stadspark Prinsentuin het hoofddecor van De Koperen Tuin, de roman van Simon Vestdijk. De Koperen Tuin is een etablissement in dit park. De stad heeft de grootste veemarkt van Nederland, en op Hemelvaartsdag de grootste bloemenmarkt van Nederland. Ook de vliegbasis voor een aantal F16's van de luchtmacht is gevestigd in Leeuwarden en daarnaast is Leeuwarden natuurlijk bekend als start- en eindpunt van de Elfstedentocht.

 


SNEEK (SNITS)

Sneek is ontstaan waar de vaarverbinding naar het noorden de zuidelijke dijk van de Hempolder Scherhem kruist. Deze waterverbinding was nodig geworden omdat de Middelzee door dichtslibbing verloren was gegaan.
In de 13e eeuw verkreeg Sneek al stadsrechten maar pas in 1456 werden die officieel vastgelegd. In 1492 werd met de aanleg van een stadsgracht en stadsmuur begonnen en vanaf dat moment was Sneek de enige ommuurde stad van Friesland. Hiervan is als enige de beroemde Waterpoort aan het Bolwerk uit 1613 nog overgebleven. Deze muren en poorten maakte de controle op scheepvaart en ander verkeer mogelijk. Het Fries Scheepvaartmuseum herinnert nog aan de druk bevaren wateren van Friesland.
In 1861 opende C&A de eerste winkel in Sneek en ook de overbekende King pepermunt vindt zijn oorsprong in Sneek bij Tonnema Suikerwerken. Tegenwoordig is Sneek één van de bekendste watersport gebieden met in augustus de Sneekweek.

 


IJLST (DRYLST)

IJlst dankt zijn oorsprong aan het rivietje de Oude Ee dat de verbinding vormde tussen de voormalige Zuiderzee en de inmiddels drooggevallen Middelzee. Van de Oude Ee rest nu nog een stukje dat tegenwoordig de Galamagracht heet. Aan deze gracht liggen aan één zijde de huizen en aan de overzijde van het water de 'overtuinen' welke vroeger gebruikt werden om de was te bleken.
IJlst kreeg in 1268 zijn stadsrechten en leefde voor een groot deel van de scheepsbevrachting en scheepsbouw. Eén zeer typerend scheepstype dat in IJlst werd gebouwd is de "koffen".

 


SLOTEN (SLEAT)

Sloten is vernoemd naar de familie Van Harinxma thoo Slooten en is ontstaan in de 13e eeuw. Wanneer Sloten precies zijn stadsrechten kreeg is niet geheel duidelijk maar de eerste vermelding dateert van 30 augustus 1426.
Sloten had een bijzondere strategische ligging. De waterweg van Sneek naar de Zuiderzee passeerde Sloten maar ook de landweg van Duitsland naar Stavoren. Deze belangrijke strategische ligging hield in dat een ieder die de stad wilde passeren tol moest betalen.
Sloten is volledig omgeven door wallen en oude grachten en heeft de vorm van een ui. Deze wallen en grachten hebben hun diensten bewezen tijdens de strijd om het heerschap over Friesland tegen de Hollanders en tijdens de 80 jarige oorlog. Bij de oude korenmolen herinnert een kanon nog aan deze roerige tijden.
Sloten is met zijn pakweg 1000 inwoners officieel de kleinste stad van Nederland.

 


STAVOREN (STARUM)

Stavoren is ontstaan rond het jaar 900 en kreeg zijn stadsrechten rond 1068. Daarmee is het niet alleen de oudste van de Friese steden maar ook van alle 221 Nederlandse steden. Door zijn strategische ligging aan de toenmalige Zuiderzee kende Stavoren een rijk handelsleven. Veel schepen onderhielden verbindingen met plaatsen aan de Oostzee en de Scandinavische landen. Eén van de vele producten die uit de landen rond de Oostzee werd gehaald was graan. Graan was hard nodig om de groeiende bevolking in Holland te kunnen voeden en daarmee van groot belang tot het einde van de Middeleeuwen.
Daarna verzandde de haven en raakte Stavoren in verval. De legende 'Het vrouwtje van Stavoren', waarvan het standbeeld nu uitkijkt over de haven, is gebaseerd op de bloei en het verval van Stavoren.
Tegenwoordig is Stavoren een belangrijk watersport gebied en een belangrijke verbinding tussen het IJsselmeer en de Friese meren

 


HINDELOOPEN (HYLPEN)

Evenals Stavoren ligt Hindeloopen aan de voormalige Zuiderzee. Hindeloopen kent geen haven maar heeft slechts een rede. Desondanks was het toch een zeer belangrijke stad in de handel die voornamelijk met Noorwegen en diverse Oostzee landen werd gedreven.
In 1225 kreeg Hindeloopen de stadsrechten. Tussen ongeveer 1650 en 1790 was Hindloopen een zeer welvarende stad hetgeen nu nog aan diverse gebouwen is terug te zien.
Bij veel mensen is Hindeloopen vooral bekend om zijn beschilderde meubels die de welvaart van de stad moesten benadrukken. Hindeloopen kent het schaatsmuseum en tevens is ook de hervormde kerk uit 1632 nog te bewonderen.

 


WORKUM( WARKUM)

Workum lag vroeger aan de Zuiderzee en was een rijke handelsstad en vissershaven. Workum kreeg zijn stadrechten in 1399. Dat Workum een grote invloed had op de omgeving blijkt mede uit het feit dat Workum begin 16e eeuw zijn eigen munt voerde en tevens de Workumer El (71 cm) als lengtemaat invoerde voor heel Friesland.
De rijkdom van Workum is nog terug te zien in de talrijke indrukwekkende gevels langs de hoofdstraat.
Tegenwoordig kennen we Workum vooral van het bruin getinte aardewerk en het museum van Jopie Huisman.

 


BOLSWARD (BOALSERT)

Bolsward de laatste stad aan de inmiddels dicht geslibte Middelzee en is net als Leeuwarden gebouwd op 3 terpen. De oudste van deze terpen dateert van het begin van de jaartelling. De stadsrechten werden in 1455 aan Bolsward uitgereikt.
Bolsward kende een bloeiende handel van met name boter, kaas en veeteelt. Aan het stadhuis dat in 1655 werd gebouwd is nog goed te zien dat Bolsward een zeer rijke stad was.
In de 18e eeuw kwam hier een kentering in en kwamen ook de patriotten in opstand tegen de republiek.
Echter hield het Friese bolwerk niet lang stand en werd de patriotten in 1787 geadviseerd te vluchten naar Amsterdam.
Bolsward kennen we tegenwoordig vrijwel allemaal van het bekende drankje uit de distilleerderij van Sonnema.

 


HARLINGEN (HARNS)

Harlingen is een echte zeestad en was een belangrijke locatie voor de handel met de rest van de wereld. De vele oude pakhuizen, in Hollandse stijl gebouwd, laten dit nog zien met hun opschriften als Polen, Rusland, Java en Sumatra.
In 1234 kreeg Harlingen zijn stadsrechten en daarmee is het één van de oudste Friese steden. Dat de stad ook van strategisch belang was blijkt uit de nog steeds zichtbare verdedigingswerken in de stad.
Harlingen heeft echter niet altijd direct aan de zee gelegen. Ten noordwesten lag de stad Griend met poorten en grachten en een waterweg verbinding met Harlingen. Echter in 1287 werd Griend verzwolgen door de zee en is nu slechts nog een zandplaat.
In 1644 kwam ook de Friese Admiraliteit naar Harlingen waarmee het een belangrijke marine haven werd.
Door de aanleg van het Harinxmakanaal is Harlingen ook tegenwoordig nog een belangrijke havenstad voor de rest van Friesland.

 


FRANEKER (FRENTJSER)

Franeker heeft zich altijd als een bestuurders stad geprofileerd en was lange tijd het centrum Friesland. Het heeft er zelfs lang op geleken dat het de hoofdstad van Friesland zou worden.
Toen de republiek zich tegen de Spanjaarden keerde nam Franeker een belangrijke stelling in voor Willem van Oranje waarvoor het in 1585 werd beloond met een universiteit. Deze universiteit werd door Napoleon in 1811 opgeheven.
Franeker speelde ook een belangrijke rol in de patriottische strijd maar moest daarin het onderspit delven.
Tegenwoordig kennen we Franeker natuurlijk van het Planetarium van Eise Eisinga en is Franeker het centrum van de kaatssport.

 


DOKKUM (DOCKUM)

Dokkum is niet alleen de noordelijkste stad van de 11 steden route maar ook de meest noordelijke stad van Nederland.
Precies bekend is het niet maar Dokkum heeft rond 1298 de stadsrechten gekregen.
Voordat de admiraliteit naar Harlingen verhuisde was deze in Dokkum gevestigd. Het Admiraliteitshuis herinnert daar nog aan.
Omdat Dokkum een belangrijke positie in nam werd de stad door wallen omgeven. Door het dicht slibben van de diverse vaarroutes en het vertrek van de admiraliteit dreigde de positie van Dokkum verloren dreigde te gaan werd begonnen met aanleg van de Stroobosser trekvaart. Dit werd echter een fiasco en in 1656 ging Dokkum failliet.
Dokkum heeft tevens wereldfaam door de dood van de Frankische missionaris Bonifatius in 754. Ten zuiden van Dokkum ligt een bron die daarmee nog steeds in verband wordt gebracht.